Omdenken leert je knuffelen met de beren op je weg

‘Beer op de weg? Geef ‘m een knuffel!’ Deze en andere typische uitspraken komen van Omdenken; kijken naar de werkelijkheid zoals die is en wat je daarmee zou kunnen. Omdenken is er in online verhalen, in boekvorm, in trainingen voor organisaties en zelfs in het theater. Ik bezocht onlangs een training Omdenken en deel je hier mijn ervaringen.

Geen auto of OV, maar lekker op de fiets naar de mooie Ernst Sillem Hoeve in Den Dolder. Geen Enrise-kantoor met collega’s, maar een nieuwe omgeving met onbekende personen. Het leek me een goede start voor Omdenken.

Praktische handleiding

Ik word welkom geheten door de aanstekelijk enthousiaste trainer Sanne en haar sidekick Beer. Ik zoek een plekje en ik zie daar een boekje met de titel ‘De ultieme handleiding’ liggen. Leuk, denk ik, handig dat daarin wat tips staan. Ik open het boekje en kom tot de ontdekking dat het boekje helemaal leeg is. Ik blijk zelf verantwoordelijk voor het samenstellen van de handleiding voor die dag. Het omdenken is begonnen.

Omdenken handleiding

Voorstelrondje, maar dan leuk

We starten de ochtend met het ‘dat ben ik’ kennismakingsspel. Bij elke stelling die op jou van toepassing is, moet je gaan staan. Zo leer ik al snel wie er meer dan 100 kilometer heeft afgelegd, wie er een huisdier of kinderen heeft en wie er samen zijn gekomen. De namen van alle 25 aanwezigen had ik toch niet kunnen onthouden in een voorstelrondje, maar de eigenschappen kan ik wel onthouden en dat maakt het makkelijker om straks een gesprek met iemand aan te knopen.

Luisteren. Alleen luisteren.

We doen ook een luisteroefening, met muziek. Zolang de muziek klinkt loopt iedereen door elkaar. Zodra de muziek stopt, vertel je je probleem aan de persoon tegenover je of luister je naar het probleem van de ander. Als je niet aan de beurt bent mag je alleen reageren met ‘dankjewel’. De opdracht blijkt lastiger dan ik dacht. Je wilt namelijk direct oplossingen aandragen bij de ander of zeggen dat je een vergelijkbaar probleem hebt. Goed luisteren is nog een hele opgave!

Patronen en verwachtingen op de schop

Het dringt langzaam tot me door dat ik vast zit in patronen en verwachtingen. Om elkaar daarin te trainen doen we een oefening in tweetallen. We staan tegenover elkaar. Samen tellen we tot 3. Ik begin met 1, mijn spelmaatje zegt 2 en ik zeg 3. Dan zegt mijn spelmaatje 1, ik zeg 2 en mijn spelmaatje 3, enzovoorts. Een simpele opdracht, maar door dat continu schakelen hebben onze hersenen hier moeite mee. Regelmatig zeggen we ‘uhh…’ en moeten we nadenken over het juiste getal op dat moment.

Uiteindelijk heb ik samen met mijn spelmaatje de smaak te pakken en gaan we lekker. Maar het leven zit vol veranderingen en dit spel ook. We mogen geen ‘1’ meer zeggen, maar moeten dan klappen. Ook dat hebben we na een tijdje redelijk onder de knie, maar dan staat de volgende verandering op de stoep. De ‘2’ wordt springen en – uiteraard – als we dat kunnen krijgt ook de ‘3’ een wijziging: we moeten door de knieën. Terwijl we met zijn allen staan te klappen, springen en knieën-buigen valt plots het kwartje: Het leven zit vol veranderingen. Je kunt je verzetten tegen die verandering of je kunt meegaan, eraan wennen en je de verandering eigen maken. Beweeg mee met je ‘probleem’ en accepteer de verandering.

Omdenken in de praktijk

We krijgen cases voorgeschoteld, met daarbij de opdracht om daarbij omdenken toe te passen. De meest creatieve oplossingen komen voorbij. Elke case die we krijgen, blijkt ook een real-life-case te zijn. Zo leer ik over met de wind meefietsen, over een kolendistributeur die verhuizingen doet, taxi’s die korting geven als je zelf de weg wijst en nog veel meer.

Ik heb al veel geleerd in een ochtend, maar dan komt voor mij een nieuwe eyeopener tijdens een rollenspel, met verschillende scenario’s waarbij iedereen een rol aanneemt. Met rollen zoals de strenge rector met een puber die uit de klas is gestuurd, een kind dat op bezoek gaat bij de ouder in het verzorgingshuis, een hotelgast die komt klagen bij receptie over de vieze hotelkamer en een leidinggevende die een collega met een slechte dag gaat opvrolijken. In de eerste ronde is het de bedoeling dat je het stereotype van deze rollen moet aannemen, denk hierbij aan een rector die alleen maar gaat zeggen wat je fout hebt gedaan en de puber die overal tegenaan schopt. De ouder die niets leuk vindt in het verzorgingshuis. Of de collega die een rotdag heeft en de hele dag klaagt.

De eerste keer is wat ongemakkelijk, maar al snel hebben we door hoe het werkt en gaan we allemaal op in onze rol. Na een korte uitleg over meebewegen, doen we de rollen nog een keer, maar dan met meebewegen. De rector zegt bijvoorbeeld dat de leraar inderdaad een nietsnut is, het kind praat met de ouder mee dat er inderdaad niets te doen is in het verzorgingstehuis en de leidinggevende die ook klaagt over het rotweer. We zien welke reactie dit bij de ‘tegenpartij’ oplevert; ineens hebben we geen problemen meer, want de ander voelt zich begrepen en gehoord. Ik realiseer me dat ik me vaak schuldig maak aan het niet meebewegen en het proberen de ander nieuwe inzichten te geven. Deze oefening knoop ik goed in mijn oren en ga ik proberen toe te passen in het dagelijkse leven.

Onze eigen beren op de weg

Dan is het tijd voor onze eigen problemen. We maken kleine groepjes en proberen onze problemen om te denken aan de hand van de vragen die door de ander gesteld worden. Dat is nog best lastig, maar met de kritische vragen en tips van elkaar komen we een heel eind. We sluiten af met een kaartspel over onze eigen problemen. Ook hier komen scherpe vragen en interessante inzichten voorbij waardoor we kunnen meebewegen, oplossen, loslaten of omdenken.

De dag is omgevlogen. Tijd om weer naar huis te gaan met alle omdenk-handvatten die ik kreeg. Ik heb ontzettend veel geleerd in die ene dag Omdenken en ik ga daarvan zoveel mogelijk toepassen op de problemen die ik tegenkom. Of beter: voortaan zal ik de beren op mijn weg eens een dikke knuffel geven.

Start typing to search